Alle plussommen kun je tellend oplossen als je maar genoeg tijd hebt. Tijd, geduld, en geheugenruimte. Want als je tellend optelt moet je twee verschillende tellingen bijhouden. Neem 8 + 7 =. Als je dit tellend oplost moet je niet alleen van 8 tot 15 tellen, maar ook de 7 stappen bijhouden. Anders weet je niet of je al ver genoeg bent met tellen. Als je dat op je vingers kunt doen gaat het nog wel. Maar als je beide tellingen in je hoofd moet doen (plus 1 maakt 9, plus 2 maakt 10, plus 3 maakt 11, plus 4 maakt 12, plus 5 maakt 13, plus 6 maakt 14, plus 7 maakt 15) ben je lang bezig en je weet niet altijd zeker of het klopt.

Het heerlijke van +1 is dat de optelling en de telling één en dezelfde beweging zijn. Een kind dat de telrij kent kan dus in principe ook een +1 som maken. Toch is er wel een verschil. Het plusteken is een symbool dat in de telrij niet voorkomt. Met de som 1 + 1 ga je dus echt een stapje de abstractie in.

Dat je in een meer abstracte wereld bent beland zie je ook doordat je de som x +1 straffeloos kunt omdraaien in 1 + x. Dit besef is voor kinderen een heel belangrijke stap in de beheersing van het rekenen. Als je weet dat 1 + 9 hetzelfde is als 9 + 1 heb je het tellen achter je gelaten.

Hier is een blaadje met wat +1 en 1+ sommen. Om mee te oefenen.

Plussommen die tweelingen zijn.