Rekenblog2021-10-07T11:49:46+00:00

Rekenblog

Met opgeheven hoofd naar school

Nova zit in groep 7 en  heeft bij de Rekencentrale een dyscalculie onderzoek laten doen. Haar moeder beschrijft hieronder hoe belangrijk het onderzoek voor Nova is.

Nova was een meisje met veel onzekerheden waaronder het rekenen. Al vanuit groep 3 was zichtbaar dat ze het inzicht voor rekenen niet had. Keer op keer brachten we aan bod dat ze wellicht erfelijk belast is met dyscalculie maar steeds opnieuw gaven ze op school aan dat het te vroeg was en we moesten afwachten. We werden steeds afgeschrikt met hoge kosten en liepen steeds tegen een muur. Met de tijd had Nova steeds vaker het idee en sprak ook uit dat ze dom was en wilde geen rekenen meer doen. Altijd was er door onzekerheid en twijfel ruzie als er rekenen gemaakt moest worden.

Ze vond zichzelf dom en zag alle goede kanten van zichzelf niet meer. Het enige dat telde was rekenen. Haar super goede geheugen haar oog voor detail en haar enorm grote gevoel voor rechtvaardigheid zag ze niet meer.

Toen we uiteindelijk besloten buiten school om het onderzoek te laten doen sprong ze een gat in de lucht. Ze was zo blij. Na het onderzoek vertelde ze enthousiast over de 15 woorden die ze zo wist op te noemen. Ze straalde van oor tot oor. Ze had het fijn gevonden bij jullie tijdens het onderzoek.

Toen kwam daar de uitslag je zag een enorme last van haar schouders vallen. Ik heb nog nooit iemand zo blij gezien met deze stempel. Alles viel op zijn plek voor haar. Ze kon dingen loslaten en op een andere manier naar zichzelf kijken en accepteren dat ze niet goed kan rekenen maar toch heel slim is. De focus op wat niet lukt is verdwenen. De rust is terug. En dat is voor Nova fantastisch maar ook voor ons. Nu kunnen we in het nieuwe schooljaar fris starten met de nieuwe manier van rekenen en kan ze met een opgeheven hoofd naar school.

By |7 oktober 2021|

Tom Braams wraakt dyslexieprotocol en slecht leesonderwijs

Tom Braams, onderwijspsycholoog en dyslexiespecialist, snijdt in een interview met Balans twee belangrijke kwesties aan. Balans magazine 03-2021-Interview Tom.

De eerste kwestie is de stoornisbureaucratie. De vergoede zorg bij dyslexie wordt door protocollen ingesnoerd. Wil een kind recht hebben op vergoede diagnostiek en behandeling, dan moet er sprake zijn van Ernstige Enkelvoudige Dyslexie. Dat betekent dat er geen andere problemen in het spel mogen zijn. En als ze al bestaan moeten ze buiten beeld worden gehouden. Er mag geen diagnostische aandacht aan worden besteed, en ook geen hulp.

Daarmee doe je kinderen tekort, zegt Tom. Je moet als hulpverlener al datgene kunnen bieden wat nodig is om het kind weer aan het leren te krijgen. Grond onder de voeten, voelbare vooruitgang. Het kind moet zich weer goed gaan voelen in de klas en thuis. De huidige regeling staat dat niet toe en dat is slecht.

Ik ben het helemaal met Tom eens en wil er nog wat aan toe voegen. Voor onderzoek en hulp bij dyscalculie is er helemaal geen vergoedingsregeling. Het is verbazend maar waar. Als scholen doorverwijzen, omdat ze aanwijzingen zien voor dyscalculie, vertellen ze er meestal bij dat de ouders de kosten moeten betalen. Sommige ouders kunnen die kosten opbrengen, anderen kunnen het niet. Gelukkig is er af en toe een school die zijn verantwoordelijkheid neemt en geld weet te vinden voor diagnostiek. Maar regel is dat niet. Datzelfde geldt voor de behandeling. Gespecialiseerde hulp bij dyscalculie wordt nergens vergoed. Dat is een misstand.

De tweede kwestie die Tom aansnijdt is die van het dalende niveau van ons onderwijs. Als er niet goed wordt lesgegeven vallen steeds meer kinderen uit de boot. Die krijgen nu misschien de diagnose dyslexie, terwijl ze bij goed onderwijs op de rails hadden kunnen blijven.  Tom Braams verwijst naar een groot onderzoek van leesspecialist Kees Vernooy in Enschede. Bij goed leesonderwijs heeft 98% van de leerlingen bij het verlaten van de basisschool minimaal AVI-9 niveau. “Maar dat is nu bijna nergens het geval.”

Voor de zwak lezende leerlingen is deze situatie in het onderwijs een drama. Tom Braams stelt het als volgt.

“Op het moment dat die kinderen goede instructie nodig hebben staan er docenten voor de klas die zelf onvoldoende vaardigheden hebben om die kinderen te helpen. Met het gevolg dat veel kinderen buiten de boot vallen en met een te laag lees- en schrijfniveau naar het voortgezet onderwijs moeten. Ik vind het schadelijk en schandelijk dat er dan wordt gezegd dat het aan het kind ligt.”

Zo is het.

Tom Braams heeft 35 jaar ervaring met de diagnostiek en behandeling van dyslexie. Hij heeft er veel over geschreven, waaronder het recente Handboek Dyslexie. Zie zijn website https://de-onderwijspsycholoog.nl/.Tom en ik hebben samen een boek over de miserabele achteruitgang van het rekenonderwijs samengesteld. Het heet De Gelukkige Rekenklas en is net als de andere boeken van Tom en van mij bij uitgeverij Boom verschenen. https://www.boomtestonderwijs.nl/product/100-43_De-gelukkige-rekenklas

 

 

By |19 juli 2021|

Een glansrol voor de nul

De nul doet veel verschillende dingen en kinderen kunnen er lol in hebben om dat allemaal goed te leren begrijpen. Om te beginnen de bewerkingen:  plus, min en keer nul. Daarin speelt de nul de rol van: niks. Maar dan zijn er ook die twee andere rollen.

Nul als niks

De nul gedraagt zich anders bij optellen en aftrekken, dan bij vermenigvuldigen.

Hoewel, als je het goed snapt gedraagt hij zich helemaal niet zo verschillend. Hij gedraagt zich in deze gevallen consequent als niks. Zeven keer niks blijft natuurlijk niks. Het maakt niet uit hoe vaak je niks krijgt, het blijft niks. Dat is logisch. Logisch is ook dat zeven plus niks zeven blijft, en dat hetzelfde geldt voor zeven min niks.  Er komt niks bij en er gaat niks af.

Zeven blijft zeven.

Dat is één aspect van de nul. De nul als niks.

Nul als positie tussen positief en negatief

Tweede aspect: de nul als positie tussen +1 en -1. Die rol komt later uitgebreid aan bod, bij algebra en statistiek, maar hij ligt al een beetje op de loer als je een getallenlijn bekijkt waar de 0 als startpunt staat aangegeven. Dat gebeurde mij laatst bij een leerling met wie ik de Zareki-test deed. De Zareki-R biedt een serie getallenlijnen aan, met telkens twee benoemde markeringen: 0 en 100. Daartussen zijn vier onbenoemde markeringen aangebracht. De markeringen zijn dwarsstreepjes op de lijn. De leerling moet beslissen welk streepje het beste past bij een opgegeven getal. Als ik zeg: 48, dan moet he dus het streepje kiezen dat het dicht bij het midden staan.

De jongen met wie ik werkte begreep dat prima, hoe hij het liefst een plek aanwees in de buurt van zo’n streepje. Waarom dat zo was bleek toen hij na afloop zei: ik heb een vraag. Is de nul een tiental? Hij dacht dat de streepjes tientallen markeerden en ging dus in het geval van 48 net iets onder het bedoelde streepje zitten. Logisch.

Maar de vraag is interessant. En het antwoord is ja en nee. De nul is nul tientallen; zo kun je hem zien op een lijn met markeringen voor 10, 20, etc.. Maar op een lijn die telt in eenheden is hij nul eenheden. Hij kan ook nul honderdtallen zijn. Hij kan al die functies vervullen. Dit is bepaald niet niks; dit is conceptueel heel groot en belangrijk. Dat kun je zien bij het lezen en schrijven van getallen. De nul kan op elke plek staan, net als de andere cijfers.

Nul erachter is keer tien

Het derde aspect: de nul als teken voor ’tien keer zo groot’ of ’tien keer zo klein’.  Dat is een geweldig machtige rol. Pak een cijfer, zet er een nul achter, en je hebt tienmaal zoveel. Het begin al met de 1: met een nul erachter is hij 10. En die vertienvoudiging treedt op bij elk cijfer. Ook in deze rol is de nul dus niet niks. Zeker niet! Eén nul is keer tien, twee nullen zijn keer honderd, drie nullen zijn keer duizend, en ga zo maar door. Een teken van gewicht dus.

Nu kun je zeggen: dit laatste is niet voorbehouden aan de nul. Pak een willekeurig cijfer, zet er een ander cijfer achter en het hebt zelf méér dan tienmaal zo veel. Bijvoorbeeld, neem de 1, plaats er nog een 1 achter, en je hebt elf keer zoveel. Dat is waar, maar deze hele kunst bestaat bij de gratie van de nul. Die geeft aan dat het cijfer waarmee we zijn begonnen een plaats naar links is geschoven. Een decimale plaats naar links. Op de plek waar dat cijfer eerst stond staat nu een 0.

Dit steekt als volgt in elkaar. We hebben eigenlijk maar negen cijfers ter aanduiding van getelde aantallen. Als we ze allemaal hebben gebruikt, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, 9, dan zijn de cijfers op. Toch willen we verder kunnen tellen. Om nu het volgende getal te maken pakken we opnieuw de 1. Maar dit keer komt hij op een andere plek te staan. Hij schuift een plaats naar links.  Dat zegt: ik ben als 1 nu tien waard. En op de plek van de eenheden zetten we een 0.  Zo kunnen we met eenvoudige middelen doortellen tot in het oneindige. Een chique systeem met een glansrol voor de nul.

 

By |16 maart 2021|
Ga naar de bovenkant