Het allermooiste lievelingsgetal 2017-07-03T14:46:25+00:00

Het allermooiste lievelingsgetal

door Marisca Milikowski 

‘Kinderen, ga even zitten en luister,’ zegt de leerkracht. ‘Dit is mevrouw Bakker, van de universiteit. Ze is hier gekomen om wat over haar onderzoek te vertellen. Weten jullie wat onderzoek is?’
‘Bij de dokter,’ roept een kind. ‘Dan kijkt ze waarom je ziek bent’.
‘Ja dat kan. Maar mevrouw Bakker is geen dokter. Zijn er nog meer soorten onderzoek?’
‘Voor de wetenschap,’ zegt een ander kind en daar haakt de juf bij aan.
‘Juist, zegt ze. ‘Mevrouw Bakker werkt aan de universiteit, en ze doet wetenschappelijk onderzoek.’
‘Bent u een atoomgeleerde?’ vraagt een kleine jongen gretig.
‘Nee’, zegt Pien, ‘mijn onderzoek gaat over getallen. En daar moeten jullie me straks een beetje bij helpen. Steek je hand eens op, wie van jullie heeft een lievelingsgetal?’

Veel vingers gaan de lucht in. Pien gaat tellend de groepjes langs. Links op het bord zet Pien voor elke opgestoken vingers een kruisje neer. ‘En nu de kinderen zonder lievelingsgetal,’ zegt ze. ‘Handen omhoog’. De kruisjes voor die handen zet ze rechts op het bord. Ze draait zich om naar de klas en vraagt: ‘Maar wat is nu eigenlijk de uitslag?’

Groot geroezemoes breekt uit. Kinderen tellen en roepen uitslagen.

‘Oké,’ zegt Pien. ‘Ik ga het makkelijker maken’.
‘Je moet getallen schrijven!’ roept een kind.
‘Je hebt helemaal gelijk,’ zegt Pien. Met de wisser veegt ze alle kruisjes weg. Links op het bord schrijft ze 22. Rechts zet ze een 7.
‘Handig, die getallentaal.’

Pien deelt blaadjes uit waarop de kinderen hun naam en hun lievelingsgetal mogen schrijven. ‘En als je geen lievelingsgetal hebt,’ zegt ze, ‘dan schrijf je op wat volgens jou het populairste getal is.’ De blaadjes neemt ze mee naar huis.

De volgende week begint Pien met een vergissing te herstellen. Ze heeft de kinderen gevraagd om hun lievelingsgetal in te vullen, en veel kinderen hebben een lekker groot getal gekozen: duizend of zelfs miljoen. Daar had Pien niet op gerekend. De volwassenen die ze ondervraagd heeft voor haar onderzoek kozen meestal een getal onder de 10 of iets erboven. Hoger dan 20 kwam bijna niemand uit. Dat was nu ook Piens bedoeling geweest. Maar hier in deze klas hadden ze tegen elkaar opgeboden met nullen. Een jongen had zelfs een hele regel met nullen gevuld. Pien wist niet eens hoe je dat getal noemen moest, maar ze heeft het opgezocht.

‘De uitslag!’ roepen de kinderen als ze de klas binnenkomt.

Pien vertelt dat er eigenlijk een dubbele uitslag is. Je hebt gewone kleine lievelingsgetallen en je hebt enorm grote. Pien had alleen aan die kleine gedacht, legt ze uit. Maar veel kinderen hebben reusachtige getallen opgeschreven. Bijvoorbeeld. Pien pakt een krijtje en schrijft 1000 op het bord.

‘Dit getal kent iedereen denk ik?’
‘Duizend’, roepen een stel kinderen.
‘Goed,’ zegt Pien, ‘maar ik heb hier op jullie lijst nog grotere.’ Onder het getal 1.000 schrijft ze 1.000.000 op.
‘Miljoen!’

Pien draait zich om en vraagt een meisje vooraan hoe je dat kan weten, dat het miljoen is.

‘Zes nullen,’ zegt ze.
‘Juist,’ zegt Pien, ‘Dat weten jullie dus al. Maar nu. Dit is wat iemand uit jullie groep als lievelingsgetal heeft opgegeven.’ Onder de 1.000.000 schrijft ze: 1.000.000.000.000.000.000.000.000.000.00.

Terwijl ze bezig is op het bord beginnen kinderen te giechelen.

‘Dat is Joris zeker’, roept een meisje.
‘Dat mag ik niet verklappen,’ zegt Pien. ‘Maar weet iemand wat hier staat? 3
De klas zwijgt. ‘Dat kan je niet uitspreken,’ zegt een jongen. ‘Dat is gewoon te groot.’
‘Wel hoor,’ zegt Pien. ‘Hier staat honderd quadriljoen. Wie z’n lievelingsgetal is dat?’
Joris steekt zijn hand op, een beetje lachend.
‘Gefeliciteerd,’ zegt Pien. ‘Jij had het grootste getal.’

Ze legt uit dat de volgende ronde anders is. Nu mogen alleen de getallen tot en met twintig meedoen aan de wedstrijd.

‘Ik had drie, juf!’
‘Ik had dertien!’
‘Mag twintig ook?’

Pien legt het allemaal nog eens uit. De echte wedstrijd gaat tussen de getallen één tot en met twintig. Twintig mag dus ook, maar eenentwintig niet. Veel kinderen hebben in de eerste ronde al zo’n klein getal gekozen. Die mogen dat opnieuw opschrijven. Maar kinderen die eerst een groter getal hadden gekozen moeten nu hun keus veranderen. Die moeten dit keer ook een getal uit de toegestane verzameling kiezen. Ze deelt blaadjes uit waarop ze hun favoriet mogen noteren. ‘En dan meteen opvouwen,’ waarschuwt ze. ‘Niet aan je buren laten zien. Volgende week kom ik terug met de uitslag.’
De wedstrijd om het populairste lievelingsgetal heeft geen duidelijke winnaar opgeleverd, heeft Pien moeten constateren. Drie kinderen gaven hun stem aan 10, maar ook de getallen 7 en 3 zijn driemaal genoemd. Pien schrijft dit drietal bovenaan op het schoolbord.

‘Dit zijn de winnaars’, vertelt ze de klas. ‘Die hebben elk drie stemmen gekregen. Maar ik ga de getallen die door een of twee kinderen zijn gekozen ook even opschrijven.’

Het wordt een lange sliert van boven naar beneden op het schoolbord. Bijna alle getallen tot 20 doen mee. Maar ook 25 heeft zich een plaats op de lijst weten te verwerven.

‘Eigenlijk kan dat niet,’ zegt Pien. ‘Ik had toch gezegd dat getallen boven de twintig niet mochten?’
‘Ja maar juf.’ Carina steekt haar vinger op. ‘Ik ben op 25 juli jarig. Dus waarom mag dat niet?’
‘Ja,’ zegt een ander kind, ‘dat vind ik ook gemeen. Mijn verjaardag is op 23 december.’
‘Als je het zo bekijkt hebben jullie wel gelijk,’ moet Pien bekennen.
‘Wie heeft z’n verjaardag gekozen als lievelingsgetal?’ Verscheidene vingers gaan de lucht in.
‘Ik heb mijn huisnummer opgeschreven,’ meldt een andere leerling. ‘Dat is 10, dus dat mocht.’
‘Discriminatie!’ roept Joris. ‘Ik woon op 100 en dat mocht niet!’

Pien beseft dat een derde ronde nodig is.

‘Goed,’ zegt ze, ‘we gaan het nog eens over doen, zonder discriminatie. Dat kan nog net voor de vakantie.’

Ze deelt bij alle tafels blaadjes uit, loopt terug naar het bord en veegt de lijst getallen uit. Ze hoeft de kinderen niet om hun geboortedatum en hun adres te vragen; die staan gewoon op de klassenlijst.

‘Bovenaan het papier schrijf je je naam. Voornaam en achternaam. Doe dat nu maar meteen.’ De pennen gaan in beweging. Als iedereen klaar is zegt Pien:
‘Nu is de beurt aan het echte lievelingsgetal. Er zijn geen getallen die niet mogen.’ Ze ziet Joris blij grinniken. Maar Pien is nog niet klaar.
‘Wacht nog even’, zegt ze. ‘Ik geef jullie een extra vraag op. Daar kun je bonuspunten mee verdienen. Die vraag is: kun je je lievelingsgetal ook in woorden opschrijven?’ Ze loopt naar het bord en schrijft op: 31.
‘Hoe zeg je dat in woorden?’
‘Een-en-dertig,’ roept de klas.
‘Juist,’ zegt Pien. ‘En dat schrijf je dus zo.’ Op het bord spelt ze het telwoord uit: eenendertig. ‘Officieel is dat één woord. Maar je mag het van mij ook los schrijven.’ Op het bord noteert ze: een en dertig. ‘Of met streepjes tussen de woorden.’ Pien laat het zien: een-en-dertig.
‘Dat vind ik voor deze bonustaak allemaal goed. Als de woorden zelf maar kloppen.’
‘En als ik het wel fout doe?’ vraagt Joris.
‘Dan neem ik je dat niet kwalijk,’ zegt Pien. ‘Je getal telt gewoon mee. Maar je mist wel de bonuspunten.’
‘En nu de definitieve uitslag van de lievelingsgetallen competitie,’ zegt Pien als ze een week later terugkomt. Ze pakt een krijtje. De klas wordt stil. Pien schrijft op het bord een 1.
‘Zou dat hem zijn?’ vraagt ze. Er klinkt ontevreden geroezemoes.
‘Nee dus,’ zegt Pien. ‘Er moet ook nog wat bij.’ Ze schrijft na de 1 een 0.
‘Tien,’ roept een leerling. ‘Die had ik gekozen!
‘Jij en nog een ander,’ zegt Pien. ‘Maar we zijn er nog steeds niet.’ Ze voegt een tweede 0 toe.
‘Mijn getal!’ roepen twee leerlingen.
‘Juist,’ zegt Pien. ‘Een mooi getal, dat vind ik ook. Maar het winnende getal heeft nòg een nul erbij.’ Ze schrijft hem op en draait zich om naar de klas. ‘De winnaar,’ verklaart ze, ‘is duizend.’

Kinderen lachen en zwaaien elkaar toe. ‘Onze kubus!’ roept een meisje.

‘Vertel eens Marieke,’ zegt Pien. ‘Wat is er met die kubus?’
‘Die is duizend waard juf,’ vertelt Marieke. ‘En wij hebben er een gemaakt. Kijk maar, daar op de plank’.

Op een plank achterin de klas staat grote gouden kubus. Hij is gemaakt van kleine blokjes, tien op elke rij.
‘Wow, zegt Pien. ‘Wat een pronkstuk.’
‘En het zijn duizend blokjes, juf!’ roept Jamal. ‘Tien keer tien keer tien.’
‘En het goud zit ook van binnen hoor,’ zegt Marieke. ‘We hebben alle kanten van alle blokjes geverfd!’

Pien raakt voorzichtig aan het bouwwerk. ‘Zo’n mooie winnaar heb ik nog niet eerder gezien,’ verklaart ze tot besluit.